De Oosterschelde is oorspronkelijk een riviermonding die door de aanleg van de Deltawerken veranderde in een ondiepe zeearm. Kilometers zout water, waarvan bijna een derde bij eb droogvalt. Voortdurend is het Oosterscheldegebied in beweging; het ontluikt en verdwijnt onder water, dag en nacht, in weer en wind. Saai wordt het hier nooit: met wat geluk zoekt een groepje bruinvissen, kleine walvissen, hier vlak voor de kust naar voedsel, liggen de zeehonden uit te rusten op de drooggevallen Roggenplaat en is er het gefluit en gekrijs van de vogels die op de zandplaten naar voedsel zoeken. Het hart van dit alles is de Oosterschelde zelf, kloppend op het ritme van het getij. De Oosterschelde staat internationaal bekend als overwinteringsplek voor vogels. Door het jaar heen verblijven hier 85 verschillende soorten watervogels. Voor hen is de Oosterschelde een van de vijf belangrijkste Europese schakels langs hun Oost-Atlantische trekroute. Die zijn van doorslaggevend belang. Net als menselijke reizigers moeten ook trekvogels om de paar honderd kilometer bijtanken. Maar voor hen is het erop of eronder, een strijd op leven en dood om de volgende tussenstop te halen. In de Oosterschelde kunnen ze uitgeput aanschuiven aan een enorme, gedekte tafel van slikken en zandplaten die bij eb boven water komt. In heel wat inlagen zijn broedkolonies gevestigd van onderandere kokmeeuwen en sterns. Ook vogels die elders broeden zijn vaak in inlagen te vinden. Bij laag water voeden zij zich buitendijks op de slikken en platen. Om te 'overtijen' vliegen zij bij vloed naar de inlagen, waar zij in grote groepen wachten op eb. De grond om de inlaagdijken mee te maken werd uit de inlaag zelf of uit de direct omgeving afgegraven en uitgekard. Deze karrevelden zijn nu nog te herkennen aan lange stroken grond, om met de karren overheen te rijden, afgewisseld met lange uitgegraven stroken. Om te voorkomen dat bij een dijkdoorbraak, of bij een plotselinge dijkval of oeverafschuiving, een groot stuk achterland zou overstromen, zijn op gevaarlijke plekken achter de zeedijk inlaagdijken als reservedijken aangelegd. Het gebied tussen de oorspronkelijke zeedijk en de reservedijk heet een inlaag. Oorspronkelijk waren dit akkers of weiden. Nu zijn deze diepgelegen natte moerassen waardevolle natuurgebieden.