H E L G O L A N D

Rund 70 Kilometer vom Festland entfernt erhebt sich Helgoland mit seinem imposanten Buntsandsteinfelsen aus dem Wasser. Die Insel präsentiert sich mit einzigartiger Natur und mildem Hochseeklima. Weit draußen in der Nordsee gelegen, wird Helgoland oft als Deutschlands einzige Hochseeinsel bezeichnet – wenn auch geografisch und rechtlich nicht ganz korrekt. Die Nebeninsel „Düne“ lädt zum Sonnenbaden ein. Themenwege führen Helgoland-Urlauber an Fauna und Flora vorbei bis hin zum Lummenfelsen, dem Naturschutzgebiet mit der größten Brutvogeldichte in Deutschland. 


 

 

 

Trottellumme - Uria Aalge - Zeekoet


 

 

 

Der Basstölpel - Morus Basanus - Jan van Gent


 

 

 

Der Basstölpel - Morus Basanus - Jan van Gent


 

 

 

Der Basstölpel - Morus Basanus - Jan van Gent


 

 

 

Der Basstölpel - Morus Basanus - Jan van Gent


 

 

 

Het eiland Helgoland ligt 70 kilometer uit de Duitse Noordzeekust. Helgoland is in 2,5 uur per veerboot vanaf Cuxhaven te bereiken. Het heeft bijzondere tot 60 meter hoge roestkleurige rotsen; dit is een geologisch wonder want hoewel de bodem van Helgoland uit kalksteen bestaat zoals de White Cliffs bij Dover, bestaat het eiland zelf uit verschillende lagen zandsteen. De Lange Anna, een vrijstaande rots van bijna 50 meter hoog is het symbool van het eiland. Lummenfelsen is het kleinste beschermde natuurgebied ter wereld met veel zeevogels.

 

 

 

Ten noorden van Helgoland ligt het eiland Düne. Tot 1720 waren deze twee eilanden verbonden met elkaar maar een storm en een vloedgolf maakte daar een eind aan. Düne is onbewoond op een grote groep zeehonden na. Het eilandje heeft prachtige zandstranden.


 

 

 

Helgyeland. Ondanks dat Helgoland behoorlijk afgelegen ligt, wordt het al sinds de 7e eeuw door de Friezen bewoond die het Helgyeland; het heilige land noemde. Het gezag lag in de loop der eeuwen bij Denemarken, Engeland en Duitsland. In de Tweede Wereldoorlog heeft Helgoland het flink te verduren gehad. De sporen hiervan zijn nog steeds zichtbaar.