SCHOUWEN DUIVELAND

Hier illustreer ik mijn band, met Schouwen-Duiveland.

 

Dit is mijn favoriete Zeeuwse eiland. Hier voel ik mezelf als een vis in het water. Dit is het eiland van Zierikzee, Bruinisse en Burg-Haamstede. Van mosselen en oesters. Een wegrestaurant voor vogels op trektocht van arctische gebieden naar Afrika. De inlagen en polders zijn een geliefde plek voor veel weide- en kustvogels. De scholekster, kluut, tureluur, grutto, kievit en het visdiefje broeden er ieder jaar. Kustvogels die hun eten in de Oosterschelde zoeken, komen naar de inlagen toe om het hoge water te ontvluchten. Soorten als wulp, kanoet, bontbekplevier, drieteenstrandloper en bonte strandloper wachten hier in grote groepen totdat het weer laagwater is.

Schouwen-Duiveland wordt omringd door water. In het westen door de Noordzee, die botst tegen goudgele duinen. In het noorden door het Grevelingenmeer, omgeven door brakwaternatuur, slikken en strekdammen. In het zuiden door de Oosterschelde, waar ik zeehonden zie en bruinvissen. Vroeger was Schouwen-Duiveland een geïsoleerd eiland. Inmiddels liggen er verbindingen met andere Zeeuwse eilanden zoals de Brouwersdam en de Oosterscheldekering. Deze behoren tot de Deltawerken, het verdedigingssysteem tegen hoogwater vanuit de Noordzee.


 

 

 

't 'aeven'oôd" ZIERIKZEE

Zierikzee dankt haar ontstaan, bloei en welvaart aan het water. De positie van de haven was strategisch. De Zierikzeese schepen voeren voor handel naar Engeland en de Oostzeelanden. Ik zou deze tijden graag hebben meegemaakt. 


 

 

 

GRUTTO - limosa limosa

De grutto is een weidevogel uit de familie van de strandlopers en snippen. In 2015 werd de vogel gekozen als nationale vogelsoort van Nederland. Van alle grutto’s broedt 85% in Nederland. Het typische polderlandschap leent zich bij uitstek voor de grutto.


 

 

 

FLAUWERSHAVEN

Flauwershaven is een klein getijde haventje aan de zuidzijde van Schouwen-Duiveland.


 

 

 

TURELUUR - tringa totanus

De tureluur dankt zijn naam aan het geluid dat de vogel maakt: "tjululuu"; dat is namelijk makkelijk te vertalen naar 'tureluur'. Hij is altijd te herkennen aan de markante felrode poten en de brede witte achter rand van de vleugels. Er is nauwelijks verschil tussen man en vrouw; het mannetje is echter zwaarder getekend en donkerder. Een niet zo algemene weidevogel, die als niet-broedvogel vooral op het wad te vinden is.


 

 

 

BURG-HAAMSTEDE

Vuurtoren Westerlicht in Nieuw-Haamstede is gebouwd in 1837. Met een lichthoogte van 58 meter boven zeeniveau is de toren indrukwekkend hoog. Vlakbij de vuurtoren liggen de duinen van 't Oude Vuur. Op deze duinen werden al honderden jaren vuren gestookt met hout. Vanaf de zestiende eeuw kwamen er kolen ter beschikking. Rond 1700 zijn de vuurboeten vervangen door een grotere stenen toren waarop vuur gestookt werd.


 

 

 

JAN VAN GENT - morus bassanus -

Jan-van-Genten zijn de grootste vogels van de Noordzee. Als ze hun vleugels spreiden zijn ze zo’n 2 meter breed. Ze zwemmen en vliegen bijna hun hele leven rond op zee. Alleen als ze gaan broeden komen ze aan land, want een ei leggen op zee word een beetje lastig. Langs de Noordzeekust trekken soms honderden Jan-van-Genten voorbij, zichtbaar vanaf het strand.


 

 

 

DE BROUWERSDAM

De Brouwersdam is een van de 7 bouwwerken van de deltawerken. Hier ben ik helemaal in mijn element. Bij zon en regen, wind en windstil. De Brouwersdam sluit het Brouwershavense gat af van de Noordzee. Door de afsluiting van dit zeegat ontstond het Grevelingenmeer.


 

 

 

STEENLOPER - arenaria interpres -

De steenloper komt voor in het noorden van het hele noordelijk halfrond. Hij foerageert op kenmerkende wijze, waarbij hij met zijn snavel allerlei schelpen, steentjes en zeewier omkiept om te kijken of er iets onder zit. Vandaar de Engelse naam; ruddy turnstone. Steenlopers zijn onmiskenbaar, vooral in het prachtkleed en aan de kust vooral op dijken en strekdammen te vinden.


 

 

 

DE OOSTERSCHELDE

Het kloppend hart van de Zeeuwse delta. De Oosterschelde staat via de open stormvloedkering in verbinding met de Noordzee. Het ritme van de Oosterschelde wordt bepaald door eb en vloed. Het water stroomt in de eeuwige beweging van het getij op en af. Bij eb vallen de zandplaten en slikken droog en stromen oude haventjes leeg. Door droogvallende platen en slikken is het dan een gedekte tafel voor vogels en een rustplaats voor zeehonden. De Oosterschelde verteld het verhaal over de eeuwenoude samenhang tussen de Zeeuwen en de zee. De zeedijken, dammen, binnendijken, vliedbergen en muraltmuurtjes zijn de stille getuigen.


 

 

 

KIEVIT - vanellus vanellus -

De kievit is met zijn kenmerkende roep, zijn acrobatische baltsvluchten en zijn fraaie kuif een typische Nederlandse weidevogel.


 

 

 

DE VAL - ZIERIKZEE

De Val, aan de voet van de Zeelandbrug was een veerhaventje van de provinciale Zeeuwsche stoombootdiensten, PSD. Het diende voor het veer Katscheveer-Zierikzee en was in gebruik tot 1965.


 

 

 

BOERENZWALUW - hirundo rustica


 

 

 

DE ZEELANDBRUG

De Zeelandbrug verbindt sinds 15 december 1965 Schouwen-Duiveland, Zierikzee, en Noord-Beveland, Colijnsplaat. De Zeelandbrug verving de veerverbinding Zierikzee-Kats en is ruim vijf kilometer lang.

Zeelandbrug

 

 

 

WULP - numenius arquata -

De wulp is een grote steltloper uit de familie van de strandlopers en snippen. De vogel leeft in halfopen tot open terreinen en voedt zich met kleine dieren die hij met zijn dunne snavel uit de grond haalt. In de winter komen ongeveer 200.000 wulpen uit de oostelijke delen van Europa in Nederland overwinteren.


 

 

 

STORMVLOEDKERING NEELTJE JANS

Neeltje Jans, een eiland tussen de Oosterschelde en de Noordzee, was vroeger een zandplaat. Tijdens de bouw van de Oosterscheldekering deed het dienst als werkeiland. Daarna lag Neeltje Jans er verlaten bij. Nu was de natuur aan zet. Wind en water. Er broeden grote aantallen meeuwen en andere kustvogels. Onder hen zeldzaamheden als dwergstern en bontbekplevier. Neeltje Jans ligt op belangrijke vogeltrekroutes. In de herfst komen vogels als kramsvogels en koperwieken langs. En in het voor en najaar komen grote groepen rosse grutto’s, kanoeten en zilverplevieren even bijtanken op hun verre reis tussen Afrika en het hoge noorden.