> Nationaal Park Oosterschelde

Slikken & Platen. Vogels. Schorren. Zeehonden. Stormvloedkering. Dijken. Bruinvissen. Duinen. Inlagen & Karrevelden. Eb & Vloed. 


 

De Oosterschelde bestaat uit veel water, zout water. Het stroomt in het eeuwig ritme van het getij op en af. Bij eb stroomt het water de Oosterschelde uit, door de stormvloedkering naar de Noordzee. Bij eb vallen de zandplaten en slikken droog, stromen oude landbouw- en vissershaventjes leeg, steken de staken van fuiken hoog door de waterspiegel en bij laagwater kun je zelfs iets van de netten zien. Direct na het laagwater wordt het weer vloed. Bij vloed keert het water terug en lopen drooggevallen stukken weer vol. Bij hoogwater is de Oosterschelde van dijk tot dijk, van kade tot kade weer vol water.

 

De huidige Oosterschelde is het resultaat van de eeuwenoude strijd tussen de Zeeuwen en de zee. De dijken van de eilanden Schouwen-Duiveland, Sint Philipsland en Tholen, Noord- en Beveland en de dammen van de Deltawerken omsluiten tegenwoordig het water. Het inpolderen van schorgebieden en weer prijs moeten geven van eerder gewonnen land wisselen elkaar doorlopend af. Tot in de middeleeuwen was de Oosterschelde een relatief kleine rivierarm, die in de loop van de eeuwen uitdijde tot een machtige stroom. Door verlegging van stromingen en slecht dijkonderhoud werd de mens gedwongen zich stukje bij beetje terug te trekken en land op te geven. Het land werd keer op keer getroffen door watersnoden.