> Neeltje Jans Roompotsluis - 51° 37′ 37″ NB, 3° 42′ 1″ OL

Zeevogels bekijk ik met ontzag. Ze behoren tot een wereld waarin mensen alleen met hulp van kunstgrepen kunnen vertoeven. - 02-oct-2021


 

Als ik vanaf het strand, de Brouwersdam of de Oosterscheldekering over de Noordzee uitkijk, zie ik meestal wel vogels. Vooral meeuwen zijn vrij algemene waarnemingen. Dat zijn kustvogels. Echte zeevogels zie je niet vanaf het land, alleen bij storm of aanlandige wind; westenwind. Op volle zee zie ik Jan-van-Genten, noordse stormvogels, grote jagers, alken, zeekoeten, zaagbekken, roodkeelduikers, eidereenden en drieteenmeeuwen. Om maar eens een greep uit het assortiment te nemen. De meeste zeevogels broeden op rotskusten. In de winter verspreiden ze zich over de Noordzee op jacht naar vis. Zeevogels hebben altijd tot de verbeelding gesproken. De zeelieden hadden vroeger op hun lange reizen weinig ander gezelschap dan de zeevogels die hun zeilschepen volgden. Bij windstil weer zijn zeevogels een gunstig voorteken, dan gaat het weer waaien. Zeevogels aan de kust kondigen storm aan. Zielen van overleden zeelui zouden in zeevogels voortbestaan. Met of zonder bijgeloof, zeevogels bekijk ik met ontzag. Ze behoren tot een wereld waarin mensen alleen met hulp van kunstgrepen kunnen vertoeven.

 

De Jan-van-Gent spoort z’n prooi op vanuit de lucht en vangt deze vervolgens met een stootduik. Hij duikt van een hoogte tot 30 meter loodrecht in zee. Met 100 kilometer per uur en de vleugels naar achteren gevouwen doorklieft hij als een levende torpedo de waterspiegel. De klap wordt opgevangen door een verstevigd skelet en een beschermend onderhuids luchtkussen. Jonge Jan-van-Genten gaan eerst met een 'grijsbruin met witte spikkels kostuum' door het leven. Pas na 5 jaar krijgen ze het mooie design verenpak der volwassenen.